MSM/TMM modelbaan v2018

De MSM/TMM modulaire modelbaan

Geschiedenis - Start in 2007

Ergens op het einde van 2007 opperde toenmalig forum-administrator en MSM-redacteur Tony Cabus de idee om een modulebaan door de forumleden samen te stellen. Het project werd met de naam AGGEMORLEUTHET boven de doopvont gehouden. De naam zei het zelf, belangrijkste doelstelling was de leute aan het bouwen en rijden.

Hoofddoelen waren om de forumleden een vorm te geven om samen op afgesproken momenten een spoorweg op te zetten en leden, die gebrek hebben aan ruimte om een thuisbaan te maken, de gelegenheid te geven om ook 'iets' te bouwen. En dit voor iedereen, jong en oud, ervaren en beginner, man en vrouw, …

Om dit te kunnen realiseren was het noodzakelijk om afspraken te maken en dus een soort interface af te spreken, zodat er snel en gemakkelijk samengevoegd kon worden. Maar deze afspraken mochten dan weer niet té streng worden, zodat iedereen ook kon meedoen. Geen ingewikkelde constructies of afspraken, maar rechttoe rechtaan.

De eerste resultaten waren te zien op de MSM-expo van 2008 in de Nekkerhal te Mechelen. Het spannende was toen dat alle deelnemers hun eigen module hadden gebouwd, enkel gebaseerd op de afspraken en zonder voorafgaande test. De meesten kenden elkaar zelfs nog niet. Maar nadat alles was samengesteld, werkte het prima (op enkele kleine euvels na).

Na deze eerste start werd de blik verbreed en de forumbaan werd opengetrokken naar alle lezers van Modelspoormagazine. Dit initiatief is niet enkel voor de leden van het MSM-forum, maar dus voor alle lezers van ons lijfblad en de bezoekers van de MSM-website. De regels werden toen ook aangepast om net die kleine euvels die bij het eerste samenstellen aan het licht kwamen, uit de wereld te helpen. Op de MSM-expo’s van 2010 en 2012 werd steevast een stek voorzien voor de MSM-modulespoorbaan.

MSM-expo 2010

In maart 2013 was er een bijeenkomst in de modelspoorclub 'Oost-Vlaamse Modelbouwvereniging' (kortweg OVMV) uit Aalst. Op deze bijeenkomst kwamen bouwers en geïnteresseerden uit alle uithoeken samen en werden er nieuwe afspraken gemaakt om het spoorverkeer op de modules gevarieerder te maken. Eén van de belangrijkste nieuwigheden was dat er van enkelspoor naar dubbelspoor werd overgegaan.

Via deze bladzijden op het wereldwijde net worden de doelstellingen en alle technische afspraken voor de lezer duidelijk gemaakt.

De basis

De standaard van de interface of moduleovergang komt hoofdzakelijk overeen met deze van de “FDEM”, het project van de modulebouwers van Saroulmapoul. Dit FDEM-project werd beschreven in Modelspoormagazine 64. Deze FDEM-regels zijn wat “vertaald” naar de afmetingen van normaalspoor voor H0-materieel. Vaak zijn modulenormen streng, zelfs té streng voor instappers. Hiervoor is in dit concept de strengheid over boord gegooid, het is een project voor iedereen. Enkel de moduleovergangen moeten precies overeenkomen, al de rest is vrij in te vullen, tijdperk, landschap, stad of dorp, bergachtig of plat, soort gebruikte materialen, …

Zelfs de eenheid tussen 2-railrijders en 3-railrijders wordt hier gestimuleerd.

Bij gebruik van de K-rails van Märklin kunnen deze 'gewoon' aangesloten worden aan een 2rail-systeem.

Normen en regels (versie 2018)

We proberen met onze regels om elkeen naar eigen vermogen en kunnen de kans te geven om mee te doen aan dit project. Daarom zijn de 'normen' zo vrij mogelijk gehouden, doch zonder vaste afspraken kan het niet, dus toch enkele …

0. Algemene richtlijnen

De modules zijn bedoeld voor zowel 2-rail als 3-rail. Door gebruik te maken van K-rails bij 3-rail kunnen deze ook in een 2-rail opstelling meedoen. Bij voldoende modules van elke soort kunnen twee aparte banen opgesteld worden.

Oorspronkelijk waren de modules enkelspoor, maar we raden aan om vanaf nu steeds dubbelspoor te installeren. De enkelsporige modules zijn nog steeds welkom en compatibel. De groep probeert de overgangen tussen enkel- en dubbelspoor op te vangen in de fiddle-yards.

De algemene grondvorm van de modules is een rechthoek. Enkel voor het naar achter lopen van de sporen worden gebogen modules voorzien.

Om de modules te kunnen koppelen is het van het grootste belang dat de koppen exact zijn. Deze kopwanden staan loodrecht op de rechte voorzijde. De kopwanden zijn standaard 600 mm hoog en 610 mm diep. Afwijkingen kunnen getollereerd worden.

De eerste modules hadden een omloopspoor achteraan, dat vervalt vanaf nu.

1. Houten geraamte

1.1 Zijwanden

De zijwanden worden uitgevoerd zoals aangegeven in bijgaande maattekening. De constructie moet perfect haaks zijn en afmetingen zijn nauwkeurig te volgen, anders wordt aansluiten aan de buurmodule onmogelijk.

De normale diepte is 61 cm, wat een standaardmaat is voor platen. Afwijkend kan tot 100 cm diepte worden toegelaten, indien dit voor u echt nodig blijkt.
Bevestigingsgaten onderaan zijn voorzien op 100 mm van zowel de voor- als de achterrand, gemeten van de modulewanden zonder friezen of decorwand, en op 50 mm van de onderrand. Bovenaan is er één op 255 mm van de voorrand, eveneens van de modulewanden zonder friezen of decorwand. We hebben door ervaring vastgesteld dat vleugelmoeren aandraaien tussen de bevestigingsplaten voor de poten moeilijk tot onmogelijk is. Vandaar dat we opteren voor lijmklemmen (in het Vlaams: sergeanten) of bevestigingsbouten. Omdat lijmklemmen een zekere tolerantie toelaten, gaat daar de voorkeur naar uit.

 

1.2 Voor- en bovenzijde
De boven- en onderfriezen, bovenaan één van 100 mm en onderaan één van 150 mm, worden ook uitgevoerd zoals aangegeven op de plannen. We voorzien hiervoor een rechte lat met een dikte tussen 8 en 20 mm.

 

1.3 Grondplaat
Een negatief reliëf in het landschap mag natuurlijk ook in de voorzijde worden doorgetrokken. Dat kan de module mooier en aantrekkelijker maken. Maar aan de linker- en rechterzijde van de module moet een aansluiting volgens plan mogelijk zijn. Blackboxen kunnen hier voor een correcte overgang zorgen. De achterwand moet ook niet volledig uit hout zijn gemaakt. Deze mag boven- en onderaan bestaan uit een strook waar een achtergrond aan kan worden bevestigd. Een gebogen kartonnen achterwand voldoet uitstekend. Ook andere materialen zijn toegestaan.
De lengte van de module is volledig vrij te kiezen, maar inclusief blackbox(en) zal ze een veelvoud van 60 cm bedragen. De standaardmaat is 120 cm, dat is 100 cm voor het zichtbare deel en 20 cm voor het kastje (blackbox). Een module kan zelfs bestaan uit verschillende segmenten. Zolang het geheel van de module maar in te plannen is in de MSM-baan en de modulekanten volgens de afspraken zijn gebouwd.

Voorbeeld met negatief reliëf

1.4 Schakelkastje(s) of blackbox(en)
Aan de rechter kant van de module wordt standaard een kastje van 20 cm breed voorzien met de aansluitingen voor de stroomvoorziening van de rails en alle nodige elektrische verbindingen en toestellen die nodige zijn om de module te doen werken (dit is de zogenaamde blackbox). Binnen zo'n kastje kan overgegaan worden naar een ander type rails of een andere hart-op-hart afstand tussen de sporen. In dat geval is een linkse blackbox noodzakelijk.
Als afwijking op de standaard van rechts 20 cm wordt toegestaan: een kastje rechts van maximaal 40 cm, links van maximaal 20 cm. De totale breedte van de blackboxen is maximaal 1/3 van de totale breedte van de module.


Het is van het grootste belang dat de sporen langs beide uiteinden kaarsrecht en perfect parallel met de voorzijde liggen over een afstand van minstens 10 cm, de correcte plaats zoals op de tekening respecteren en uitgevoerd zijn in code 100. Langs rechts zijn de laatste 20 cm flexibel en losliggend uitgevoerd om een vlotte koppeling te garanderen.
Dit/deze kastje(s) wordt/worden afgesloten met een plankje, voorzien van magneetsnappers, om dit deurtje op z'n plaats te houden. Magneetsnappers zijn gemakkelijker in gebruik dan een deurtje met scharniertjes. Met snappers kan het deurtje volledig worden weggenomen bij het opbouwen, zo zit er niets in de weg.
Bij het bouwen van één module die bestaat uit verschillende segmenten, is het uiteraard zo dat er maar één kastje uiterst rechts voor deze elektrische voorziening moet zijn.
De fronten van de volledige module worden matzwart geverfd.

Afb 1 4a

Hier ziet u een afbeelding van een voorkant. Het vlak aan de rechter zijde is het kastje, links een optioneel kastje, als de module dit nodig heeft om in te passen in de forumbaan. Het vormt zo ook ineens een optische scheiding tussen 2 verschillende modules.

Schematische voorstelling van de mogelijkheden:

Afb 1 4b

Afb 1 4c

 

 

 

 

Afb 1 4d

 

  

 

1.5 Poten
Elke module moet tenminste op vier poten rusten, gemaakt uit houten balken van 44x44 mm. In elke hoek van de module worden multiplexplaatjes van 18 mm dikte voorzien van 90x90 mm. In deze plaatjes worden in een hoek uitsparingen van 45x45 mm gemaakt om de poten in te bevestigen.
Aan de onderkant van elke poot is een verstelmogelijkheid voorzien om de module, aan elke hoek, in hoogte af te regelen.
Zie hiervoor naar de hieronder geplaatste foto's. 

Voorbeeld van een verstelmogelijkheid.

Voorbeeld van een verstelmogelijkheid.

Voorbeeld hoe een poot in de module is bevestigd.

Voorbeeld hoe een poot in de module is bevestigd.

Het niveau van de bovenkant van de railstaven ligt op 130 cm vanaf de vloer. De bovenkant van het spoor ligt op 6 mm van het rijvlak (zie plannen).
Voor de stabiliteit raden we aan de poten onderling (kruiselings) te verbinden.
De modules worden aan elkaar geklemd met lijmklemmen en de railverbindingen worden niet star uitgevoerd. Ook is er de mogelijkheid om de modules met bouten en (vleugel-) moeren aan elkaar te verbinden.
Alle afmetingen moeten precies worden gerespecteerd, zodat de aansluitvlakken, hoogtes en friezen van de totale MSM-baan mooi uitkomen.

Mooi uitgelijnde friezen.

Een tekening van een module kan er als volgt uitzien:

Hier ziet u duidelijk het kastje aan de rechterkant, de nodige bevestigingsgaten en de gaten voor de dubbelsporige spoordoorgangen.

Afb 1 4e 

Hier zie je hoe een module opgebouwd zou kunnen worden met de basisplaat met sporen en scenery (zwart), decorwand (blauw), de verplichte blackbox aan de rechterkant met de nodige elektrische voorzieningen (oranje) en de optionele blackbox aan de linkerkant (groen).Van het zwarte en blauwe deel kunnen er verschillende segmenten naast elkaar gemaakt worden, om zo een langere module samen te stellen.

 

2. Verlichting en stroomvoorziening

2.1. Netspanning

Onderin de module, onder het kastje, wordt een multi-stekkerdoos voorzien, met daaraan een kabel van minstens 2 m met daaraan een stekker met pinaarding (Belgisch systeem). Elke stopcontact in het multiblok moet ook voorzien zijn van een aardingspin.

Deze stekkerdoos wordt gebruikt om alle nodige elektrische toestellen van de module zelf van de nodige spanning te voorzien. Ook kan ze op tentoonstellingen gebruikt worden om de buurmodule van spanning te voorzien. Het is dus handig dat het stekkerblok voldoende stopcontacten heeft. Alle stekkers die nodig zijn in de module zelf en minstens één extra stekker voor de buurmodule is dus het minimum.


Alle elektrische toestellen die op dit stekkerblok aangesloten worden moeten ook geaard worden, tenzij ze dubbel geïsoleerd zijn. Of een toestel dubbel geïsoleerd is, staat aangegeven op het typeplaatje van het toestel met volgend symbool:

Als dit symbool dus niet op het typeplaatje voorkomt, moet het toestel geaard worden!

Bij elke tentoonstelling zal de module op elektrische veiligheid worden nagekeken. Dit gebeurd door de verantwoordelijke van de stand of in gebeurlijke gevallen door een erkend keuringsorganisme. Het zou jammer zijn als een module afgekeurd moet worden omwille van elektrische onveiligheid door het niet naleven van deze eenvoudige, standaard regeltjes.

2.2 Verlichting

Elke module moet, over de volledige lengte voorzien zijn van verlichting. Deze wordt in de bovenfries geplaatst. Uiteraard is het de bedoeling dat de module voldoende wordt uitgelicht en alles goed te zien is.
Deze verlichting mag bestaan uit TL-lampen in een warmwitte kleur nrs 827 of 830. Ook Led-verlichting mag gebruikt worden, tevens ook warmwit, kleur 2700K of een andere Kelvin-waarde.
Als de inrichting van de module het vraagt, mag speciale verlichting ook, bv. nachtzicht, regenachtige dag, …
De verlichting wordt dus gevoed vanuit het stekkerblok, volgens de juiste normen, zoals in punt 2.1 besproken.

2.3. Laagspanning

Alle elektrische voedingen die nodig zijn om de scenery op de module te doen werken (straatverlichting, slagbomen, …), wordt gevoed in de module zelf. Dit gebeurt met de nodige transfo’s die in het kastje staan opgesteld en aangesloten op het stekkerblok.

Ook hier ligt het voor de hand dat de nodige transfo’s in het stekkerblok worden aangesloten, weer volgens de juiste normen, zoals in puntje 2.1 besproken.

2.4. Rijspanning

Dit hoofdstuk is nog niet definitief
Alle nodige elektrische apparaten worden dus in de module zelf van spanning voorzien, behalve de rijspanning! Op tentoonstellingen wordt deze door de standverantwoordelijke verzorgd.
Er zullen drierailmodules en tweerailmodules gemaakt worden door de deelnemers en deze kunnen eventueel door elkaar gebruikt worden. Dit wordt verder uitgeklaard.
De voeding gebeurd via DCC, maar deze wordt enkel gebruikt voor het rollend materieel. Seinen, wissels, ontkoppelaars, … worden ofwel met de hand bediend, of door een apart in de module gemonteerde spanningsvoorziening, zoals hiervoor reeds besproken. De bediening van deze elektrische onderdelen wordt in de onderste fries voorzien, of op een bedieningspaneeltje dat aan de voorzijde te vinden is. Dit kan eventueel met een afneembare aansluitkabel en, als het niet te groot is, zodanig gemaakt dat het in de hand kan gehouden worden.
Een tweerailmodule wordt over de volledige lengte van de module voorzien van 2 voedingsdraden van 1,5 mm², enerzijds een rode draad, anderzijds een blauwe. Om deze voedingsdraden met de buurmodules te kunnen koppelen, hebben deze draden aan beide kanten een extra aansluitreserve van 50 cm. Aan het uiteinde van deze draden worden banaanstekkers van 4 mm voorzien,. Aan de rechterzijde (van voor gezien) komen de mannetjes, aan de linkerzijde de vrouwtjes.

De stroomvoorziening wordt per segment best op minstens 2 plaatsen aan de rails bevestigd. Bij voorkomende breuk of een slechte raillas valt dan niet de volledige module zonder voeding. Voor de bedrijfszekerheid is het zelfs aan te raden elk stuk spoor of wissel te voeden.
De rode draad wordt bevestigd aan de linker spoorstaaf, in de rijrichting gezien, de blauwe aan de rechter spoorstaaf.
Er zijn geen elektrische verbindingen tussen voorste en achterste spoor, tenzij bij stations, waar eventueel keerlusmodules moeten voorzien worden. Alle verbindingen moeten worden getest op kortsluiting!

Voor Xpressnet (DCC, verbindingsstandaard Lenz en Roco o.a.) wordt door de organisatie een losse kabel voorzien die voldoende voedingscapaciteit heeft voor meerdere Lokmaus II of III of Multimaus, fabricaat Roco. De railvoeding wordt verzorgd door één of meerdere Roco versterkers (10764) met transformator, ook de Xpressnet-voeding wordt door de organisatie voorzien, evenals de benodigde kabels en splitters.


Een drierailmodule wordt over de volledige lengte van de module voorzien van 3 voedingsdraden van 1,5 mm², een rode draad, een blauwe en een bruine draad. Om deze voedingsdraden met de buurmodules te kunnen koppelen, hebben deze draden, net zoals bij de tweerailmodules, aan beide kanten ook een aansluitreserve van 50 cm. Aan het uiteinde van deze draden worden ook hier dezelfde banaanstekkers van 4 mm voorzien. En ook hier aan (van voor gezien) de rechterzijde komen de mannetjes, aan de linkerzijde de vrouwtjes.

De stroomvoorziening wordt bij een drierailmodule ook best per segment op minstens 2 plaatsen aan de rails bevestigd. Bij voorkomende breuk of een slechte raillas valt dan niet de volledige module zonder voeding.

De rode draad wordt bevestigd aan de linker spoorstaaf, in de rijrichting gezien, de blauwe aan de rechter spoorstaaf en de bruine wordt gebruikt als voeding van de puntcontacten.

Bij een MSM-modulebaan die uitsluitend uit drierailmodules bestaat, wordt deze gevoed in Motorola-II-protocol met een Intellibox waarop eveneens een Loconet-kabel kan worden aangesloten voor de compatibele bedieningselementen. Ook in deze opstelling geldt dat deze voeding enkel voor het rollend materieel mag worden gebruikt.
In dit geval worden de rode en blauwe stekkers, die gebruikt worden voor de spoorstaven verbonden als eerste pool van de rijvoeding, de bruine van de puntcontacten als tweede pool.


Om drierailmodules aan tweerailmodules te koppelen, en dus de drierailmodule als tweerailmodule op te nemen in de volledige baan gevoed met DCC, worden de rode stekkers doorverbonden en de blauwe; de bruine worden dan niet gebruikt.
Het is dan ook niet mogelijk om met rollend materieel voor drierail te rijden, ook niet op de drierailmodules.

3. Sporen

In dit topic eerst stellen dat er enkel met stoom- en/of dieseltractie wordt gereden. Er wordt dus geen bovenleiding voorzien, doch modules met bovenleiding worden niet uitgesloten.
De bovenzijde van de spoorstaaf bevindt zich 6 mm boven het rijvlak. Dit kan gerealiseerd worden door onder de sporen een zooltje te leggen uit kurk of kunststof.

In het kastje liggen ook sporen, deze bestaan uit een stuk flexrail en worden niet op de basisplaat vastgemaakt of gelijmd. Dit maakt het verbinden met de buurmodule gemakkelijker.
In principe is voorzien dat de sporen over de ganse lengte perfect recht en evenwijdig aan de voorzijde liggen. Bij langere modules is een deel gebogen spoor niet verboden. Houd echter wel rekening met een niet te krappe boogstraal van minimaal 40 cm. Vermijd ook een S-bocht. Voorzie tussen linkse en rechtse boog 20 cm recht spoor om ongewenst ontkoppelen te vermijden.
Aan beide kanten van de module liggen de sporen altijd over een afstand van ten minste 10 cm recht, evenwijdig met de voorkant en dus haaks op de zijkanten. Dit ook weer om het gemakkelijk verbinden met de buurmodules te bewerkstelligen.
Niet werkende modules worden ten laatste een uur voor de opening van de expo verwijderd, zodat de werking van de gehele baan niet in het gedrang komt. Deze modules kunnen gedurende de expo aangepast/verbeterd worden, om zo alsnog er tussen gepast te worden, als de mogelijkheden dit toelaten.

3.1. Tweerail-systeem

Op tweerailmodules worden sporen Peco code 100 voorzien.
Die keuze is gemaakt omdat deze sporen toelaten met de meest verscheidene merken aan materieel te rijden. De werking is zeer betrouwbaar en de levensduur ligt hoog.
De verbinding van deze sporen onderling wordt gedaan met railverbinders die bij deze sporen passen. Wie hiervan wenst af te wijken zorgt voor een degelijke overgang op zijn module. De laatste 10 cm langs beide uiteinden zijn de standaard code 100 sporen.

3.2. Drierail-systeem

Bij drierailmodules valt de spoorkeuze op Märklin K-spoor.
De voorkeur is hiernaar uit gegaan omdat in dit gamma eveneens flexibele rails verkrijgbaar zijn.
Ook hier wordt de verbinding van deze sporen onderling gedaan met railverbinders die bij deze sporen passen.

4. Rijden

Uiteraard is het hoofddoel om treinen te doen rijden. Zoals hierboven reeds aangehaald, gebeurt dit digitaal. Deze keuze is gemaakt om gecompliceerde schakelingen, stopsecties met extra bedrading en dergelijke te vermijden. Het spoorverkeer wordt geregeld door minstens één dispatcher en diverse treinbestuurders. De dispatcher bevindt zich achter de baan bij het schaduwstation, de treinbestuurders volgen hun trein. Als de grootte van het schaduwstation het vereist, kunnen ook daar meerdere dispatchers worden voorzien.
Rijden gebeurt dus op zicht. Bij stations en overgangen van enkel naar dubbelspoor moeten seinen geplaatst worden. Deze worden bediend door een seingever.
De digitale adressen van het rollend materieel worden bij de opbouw van de baan ingesteld en elke betrokkene krijgt hiervan een lijst, zodat elke bestuurder alle materieel kan besturen. Andere afspraken kunnen ook ter plaatse gemaakt worden door de verantwoordelijke.
Om de MSM-modulespoorbaan te kunnen opstellen, kan er worden verwacht dat elke deelnemer de dag voor de tentoonstelling opent, aanwezig is met zijn module. Dit kan ook ’s avonds zijn. Die dag en/of avond worden alle modules opgesteld, getest en ingereden.
Het is ook zeer wenselijk dat elke deelnemer enige tijd aanwezig is bij de baan als dispatcher of treinbestuurder, zodat er gedurende de volledige tentoonstellingstijd permanent minstens 2 à 3 personen aanwezig zijn. Zo kan iedereen die deelneemt ook de rest van de tentoonstelling bezoeken.
Op expo’s zijn enkel afgewerkte modules toegestaan, tenzij de organisator andere toelaat.
Voor meer info en uitleg staan de administrators van het MSM-forum steeds tot uw beschikking. U neemt rechtstreeks contact met de redactie via info@modelspoormagazine.com. Ook kan u schriftelijk terecht bij de redactie via:
Modelspoormagazine
Leonarduslaan 10
2960 Brecht
We zijn ons ervan bewust dat deze normen niet zo streng zijn als de gangbare modulenormen en dus kunnen resulteren in een niet echt samenhangend geheel. Toch zijn deze summiere afspraken noodzakelijk om een zo probleemloos mogelijke opbouw en werking te kunnen garanderen.
Ze werden in het verleden reeds op punt gesteld en met succes gebruikt.

Besluit
Het eerste doel van dit opzet is om modelspoorliefhebbers van elk niveau, zoveel mogelijk plezier te laten beleven aan het uitoefenen van hun hobby, naar z’n eigen kunnen. Een ander doel is dan weer om zoveel mogelijk modelspoorders de kans te geven om eens van hun zolder of uit hun kelder te komen en met hun werk, of een klein deeltje ervan, buiten te komen. Ook worden met deze modelspoorbaan contacten gelegd en vriendschapsbanden gesmeed met mede-modelspoorders, ervaringen uitgewisseld en, waarom ook niet, gekeuveld (al dan niet over modelspoor) bij pot en pint.

Bekijk hieronder enkele technische tekeningen in pdf-formaat (met dank aan Paul De Bleser).

Aansluiting 2-rail

Aansluiting 3-rail

Iso modulebak

Maattekening spoor

Maattekening voorkant

Maattekening zijplaat