Interview met fabrikanten MSM 109

Prijzenpolitiek in de modeltreinwereld

 

Onze fabrikanten aan het woord

Interviews met: Alain Jennes (AJ – LS-Models), Daniel Piron (DP – LS-Models), David Goovaerts (DG – GooVerModels), Mattias Vermeulen (MV – ClassiX), Kristof Van Biervliet (KVB – B-Models) en Paul Vandersteen (PV – Rocky-Rail).

Als modelspoorliefhebber, redacteur bij MSM en forummoderator ontmoet je natuurlijk heel wat modelspoorders. Ons was het de laatste jaren opgevallen dat het thema van de duurder wordende hobby alomtegenwoordig was. Met dit gegeven in het achterhoofd gooiden we de spreekwoordelijke knuppel in het hoenderhok in het voorwoord van het juninummer van uw blad. De lezers kropen - eindelijk - in de (digitale) pen en lieten ons hun mening kennen. Die was zoals verwacht nogal uiteenlopend, doch één ding staat vast: eigenlijk willen we een correct model voor een aanvaardbare prijs.

Ook van enkele van onze fabrikanten kregen we reactie, al was die niet steeds lovend. Sommigen meenden – overigens onterecht – dat we het tegen hen opnamen. Niets is echter minder waar, Modelspoormagazine is er uiteraard voor zijn lezers, maar onderstreept al jaren op een zo objectief mogelijke wijze de hoge kwaliteit van de hedendaagse modellen. Het is trouwens van in het begin de bedoeling geweest ook de producenten aan het woord te laten. Hoe ver wensen zij te gaan, qua afwerking en qua prijs? Het resultaat van een aantal interviews met de meeste binnenlandse fabrikanten kan U hieronder lezen.

Vraag: Hoe ver wens je zelf te gaan in detaillering en snufjes als bewegende delen, verlichting en zo?

(KVB) Hoever in details gaan... dit is vooral afhankelijk v.d. klanten en ook wat de pers schrijft. Bv als men een model gaat bekijken/testen en men zegt dat stukje X en detail Y ontbreekt wordt dit al door sommige klanten overgenomen als het is niet goed en we gaan het dus niet kopen. We zien dit nu goed met de producten van LS - sommige zeggen ja maar die details van LS zullen mooier zijn en het interieur en dit en dat. Dus denk ik dat de klant deze details wel wil hebben.

(MV) Detaillering moet goed zijn, maar hoeft daarom niet overdreven te zijn. De kast van een model moet qua vorm, kleur en opdruk zo goed mogelijk de perfectie benaderen, het model moet in de eerste plaats ook goed rijden, maar allerlei onzichtbare of quasi onzichtbare details zijn overbodig. Een rijtuiginterieur met losse zitjes is heel mooi om naar te kijken als het model open op tafel ligt, maar eens gesloten zie je daar - zelfs met binnenverlichting - nog amper iets van. De kostprijs van een dergelijk interieur betekent snel een meerprijs van € 10 - € 15 voor een rijtuig, de kosten voor extra matrijzen en de nodige assemblage wegen vrij zwaar door. Een model met 200 onderdelen kost nu eenmaal een stuk meer als één met maar 50 onderdelen.

Wat voor mij wél belangrijk is, is de "speelfactor" van een model: wie zijn treinen wil laten rijden, wil daar ook plezier aan hebben. De tijd dat de modelspoorder tevreden was met een trein die op een ovaal zijn rondjes rijdt, gestuurd door één regelbare transformator, is ondertussen echt wel voorbij. De digitale besturing is niet meer weg te denken, en biedt dan ook een scala aan mogelijkheden. Deze hoeven niet altijd veel te kosten, en kunnen mits een goede aanpak heel wat extra's bieden aan een model.

Zo is bijvoorbeeld ons M6-stuurrijtuig "slechts" uitgerust met een achtpolige decoderstekker, maar bij gebruik van een geschikte digitale functiedecoder zijn wel 5 verlichtingsfuncties voorzien. Deze worden vooral mogelijk gemaakt door een goed doordachte basisprintplaat, die met een minimum aan elektronische onderdelen een maximum aan mogelijkheden biedt, en dat zonder aanzienlijke meerprijs t.o.v. een model dat enkel een lichtwissel wit/rood heeft. Bovendien werkt het rijtuig zonder decoder ook nog steeds op een analoge modelbaan, zodat een gebruiker steeds tussen beide systemen kan wisselen (bijvoorbeeld thuis en op een clubbaan).

Dure technische snufjes zijn niet voor elk model bedoeld, daar moet een onderscheid gemaakt worden tussen zij die het model willen verzamelen en zij die het willen gebruiken op hun modelbaan. Een werktrein zoals de Plasser & Theurer onderstopper van Viessmann waarbij het hele onderstopsysteem waarheidsgetrouw werkt, is een leuke afwisseling op je baan, maar dat hoeft niet in elke trein zo te zijn!

Bovendien hebben al deze technische snufjes een grote prijsinvloed: een bijkomend motortje, de sturing van dat motortje, de mechanische overbrenging, enz... Een locomotief die hierdoor 600 euro gaat kosten, is een brug te ver. Maar een model dat i.p.v. 300 euro voor 350 euro over de toonbank gaat en één of meer van deze opties wel heeft, is een goed idee. De vraag of je dan beide varianten moet aanbieden (met en zonder de bijkomende snufjes) laat ik open: dat zou misschien voor de verzamelaar een goed idee zijn, maar de productie van beide varianten zal voor een prijsstijging zorgen bij de duurste: lagere aantallen voor net die dure onderdelen zullen de prijs verder de hoogte in drijven.

(PV) Zover als technisch haalbaar in combinatie met een betaalbare prijs.

(DG) Bij GooVermodels, ligt deze vraagstelling anders dan bij anderen, vermoed ik. We hebben alles in eigen beheer, dit wil zeggen van design tot eindproduct. We kunnen desgewenst dus zeer ver gaan. Maar of dat nodig is, is een andere kwestie. Wij proberen een model zo te verfijnen dat het zichtbaar is op schaal. De liefhebber moet de karakteristieke kenmerken van een model perfect kunnen waarnemen.

(DP & AJ) We willen zo ver mogelijk gaan, mits het betaalbaar blijft. We moet het steeds beter doen. Ht maken van een gedetaillerd interieur kost amper enkele euro’s meer dan een vereenvoudigd interieur. Neem bijvoorbeeld de I11 of M6, waar het verschil in productiekost 2 à 3 euro bedraagt voor een veel realistischer voorkomen. Het verschil in gravure van een hooggedetailleerd draaistel met een vereenvoudigd is ook miniem, want het gaat hem enkel over de gravure van een vorm. Een zeer realistisch model kost dus uiteindelijk slechts 10%, dus maximum 5 euro voor een rijtuig, meer. Het belangrijkste is te kunnen beschikken over goede technische tekenaars die performant gereedschap ontwerpen, zodat de investering beperkt wordt.

Vraag: Ben je zelf overtuigd van het feit dat de huidige prijzen hoog liggen of bewijst de markt dat de liefhebber, ondanks alles, bereid is dergelijke bedragen te besteden?

 

(KVB) Prijzen van het materiaal is van verschillende zaken afhankelijk:

- hoeveel varianten kunnen we maken

- welke aanpassingen moeten we doen om een andere variant te maken

- hoeveel stuks kunnen we produceren/verkopen, dat is het belangrijkste punt

En dan komen we terug op een punt van hoe juist wil men de modellen, bv een wagen Fas heeft ook een CFL versie, maar hier zitten we dan met een wieltje dat niet onderaan de wagon 'hangt' maar meer verwerkt zit in de wagonflank. Als we dit willen maken moeten we extra kosten doen voor een insert (is dus een stukje van de gietvorm dat nieuw gemaakt moet worden).

 

(MV) Ik ben ervan overtuigd dat voor de kapitaalkrachtige verzamelaar de prijs geen rol speelt, maar dat is helaas slechts zo’n 10% van de markt. De andere 90% bestaat uit de modale modelspoorder, die zijn maandelijkse uitgaven beperkt ziet door de hoogte van zijn loon en de noodzakelijke kosten om te kunnen leven. Lang niet iedereen kan elke maand 500 euro op tafel leggen om een nieuw model te kopen. Ik heb geen idee wat het gemiddelde maandbudget van een modelspoorliefhebber is, maar ik kan me niet voorstellen dat dat boven de 250 euro gaat. Dat betekent meteen dat die duurdere modellen de algemene verkoop gaan afremmen: een locomotief betekent een maand sparen, bij een stam rijtuigen voor een volledige trein wordt dat al snel twee tot drie maanden. Bovendien zijn het ook dure cadeaus geworden, zodat ook daarvoor de verkoop zal afnemen.

Er bestaat zeker een markt voor een locomotief die in zijn meest eenvoudige analoge uitvoering al snel 250 euro gaat kosten, maar daardoor beperk je de mogelijkheden van de modelspoorder. Het is mijns inziens beter om een basismodel van 150 euro uit te brengen, waar dan allerlei snufjes aan kunnen toegevoegd worden: eerst en vooral de decoder voor digitaalrijders (al dan niet met geluid), misschien bijkomende elektronica met meer functies of een beter gedetailleerde dakpartij en accessoires voor zij die daarvoor willen bijbetalen. Het grote nadeel dat hier vanuit het standpunt van fabrikant en winkelier aan verbonden is, is dat je in plaats van twee modellen (2-rail en 3-rail), plots tien tot vijftien verschillende modellen krijgt die allemaal in wezen dezelfde locomotief zijn. Dit is een logistieke nachtmerrie, tenzij bij kleinseriemodellen met beperkte oplages, die op vraag van de klant geassembleerd worden. Bij serieproductie is het een moeilijke zaak om dat goed te beheersen, zowel in Europa als in de Aziatische productielanden.

 

(PV) De prijzen liggen inderdaad hoog, de productie kosten echter ook. De liefhebber dwingt ons verder te gaan in detaillering en afwerking, en is blijkbaar bereid om hiervoor meer te betalen.

 

(DG) Ondanks dat ook wij produceren in het verre Oosten, zijn we er ons zeker van bewust dat de prijzen te hoog liggen. In ons markt segment dat zich bevindt in een Tijdperk waar er minder interesse is, is dit nog moeilijker. We moeten het waarmaken met kleine batches van 500 tot soms wel 100 stuks.

Moesten we moderner gaan, dan kunnen we een meer scherpe prijs neerzetten, maar dat is bijna onmogelijk doordat mensen dan gaan vergelijken tussen 2 projecten (hedendaagse rijtuig met groter afzet gebied en historisch rijtuig met kleine oplage). Mensen houden hier weinig rekening, denken we, met het afzet gebied.

 

(DP & AJ) Ja, de prijzen liggen hoog, maar de liefhebber is bereid deze te betalen voor een goed product. Mais par un prix élevè, cela signifie le prix du marché, a savoir maximum 50 euro pour une voiture voyageur, et entre 20 et 35 euro pour des wagons marchandises, du simple wagon couvert au  porte container. Il est naturellement normal que qu’une voiture restaurant ou qu’un fourgon soient plus cher suite au moindre amortissement.

Vraag: Hoe is het te verklaren dat sommige modellen, die door twee fabrikanten op de markt worden gebracht plots toch goedkoper kunnen?

 

(KVB)De rijtuigen van Classix zijn niet goedkoper geworden, Ls kondigt ze iets goedkoper aan. Dit is denk ik zuiver prijzenpolitiek en ervoor zorgen dat de ene minder/niet verkoopt om zo de concurrentie uit te schakelen of te verminderen. 'Grotere fabrikanten' kunnen op sommige modellen weinig of geen winst maken. Verder is het ook zo dat als men eenmaal begonnen is met de modellen (tekenwerk/start productie matrijzen) men niet meer terug kan doordat er al teveel geld is geïnvesteerd in het project.

 

(MV) Wat mij daar vooral bij opvalt, is dat het meer gedetailleerde model plots goedkoper wordt. Dat kan twee dingen betekenen: ofwel wordt de meerprijs van deze betere detaillering niet doorgerekend en werkt de fabrikant dus met een lagere marge, ofwel worden deze beter gedetailleerde modellen zonder concurrentie gewoon te duur aan de man gebracht. Doublures hebben geen enkel voordeel, noch voor de fabrikant, de distributeur en winkelier of de modelspoorder: welk model moet je bestellen, wie komt het eerst en hoe zal het eruitzien ? Is de prijsstelling nog wel betrouwbaar, of zal die op het laatste moment nog gewijzigd worden? Heeft de eerste zich niet overhaast en zo bepaalde fouten gemaakt ? De stress die een dergelijke wedren met zich meebrengt is een grote belasting op alle mensen in de schakel tussen ontwerp en verkoop in de winkel, waardoor er noodgedwongen compromissen gesloten zullen worden. Dit is geen gezonde manier om modellen te ontwikkelen, en daar wordt op het einde van de rit meestal de modelspoorder de dupe van.

 

(PV) Dit is enkel te verklaren door het feit dat de producent moet "overleven" en niet kan blijven zitten met een productie die niet verkoopt. De winst gaat er dus aan om de facturen te kunnen blijven betalen. Het is niet zoals velen denken, dat er dus zoveel aan verdiend wordt, dat men de prijzen zo kan laten zakken.

 

(DG) Op dat ogenblik, zal de fabrikant anders gaan calculeren.

Wij zelf,  hebben hierbij de shops uitgesloten in de verkoop, waardoor het model zo'n 15% goedkoper kon. Wat ons uiteraard niet in dank werd afgenomen, maar zij geven ons geen andere keuze. Shops die echt achter je productie staan, en die zijn er, willen samen met je het beste. België is dermate klein dat je met een goede strategie de meeste modelspoor liefhebbers kan bereiken.

Volgens LS-Models zijn doublures onvermijdelijk. Al zijn deze niet steeds een plus voor de producent, voor de liefhebber zijn ze een meevaller: van zodra een productie bij twee fabrikanten verschijnt wordt alles in het werk gesteld om het product mooier en voordeliger aan te bieden dan de concurrent.

Vraag: Kan je de lezer een idee geven van wat het kost in tijd en geld om een model te ontwikkelen?

(KVB) Eerst moet men een 3D tekening gaan maken van het model, hiervoor heeft men zo veel mogelijk gedetailleerde plannen nodig v.h. model. Dit zijn geen schetsen of een plan met wat afmetingen van lengte en hoogte… maar echte constructieplannen met alle details erop en doorsneden (van bv de 22/23 locs hebben we meer dan 120 plannen). Het 3D tekenen is een belangrijk punt voor de verdere realisatie van het model en is al een zeer zware kost. Om u een idee te geven : 25.000-40.000 euro - zit je nog neer ? , ik denk niet dat vele mensen dit beseffen. 50% van dit bedrag moet dus al betaald worden voordat men van start gaat met het tekenen, daarna worden de vormen gemaakt, afhankelijk hoe complex een model is en het aantal moules is dit dan een behoorlijke kost die voor een 'gewone’ loc ligt tussen 125.000 en 200.000 euro.

Dan komen de prototypes T1, T2, T3...met eventuele aanpassingen die nodig zijn  ..enz..

En dan heb je ook de productiekosten van het model zelf - loc, spuiten, drukken, decoder, besturingsprint...

Verder is het natuurlijk nog altijd de bedoeling dat fabrikanten winst maken op hun producties en met deze winst opnieuw andere modellen kunnen gaan maken. Het blijven firma's en geen vzw's of ocmw's.

 

(MV) Voor velen lijkt een nieuw model een vanzelfsprekende zaak, maar daar is toch heel wat mee gemoeid. Allereerst moet je voor een model alle mogelijke informatie kunnen verzamelen, controleren en sorteren tot een samenhangend geheel. Dit dossier is de basis waarop het model ontwikkeld kan worden, en moet bestaan uit plannen, foto’s, detailafmetingen, enz. Bovendien moet je ook rekening houden met een goedkeuring van de eigenaar en/of fabrikant van het echte materieel, en ook dat vraagt soms wel wat tijd. Eens deze voorbereidende fase rond is, kan men starten met de 3D-tekeningen van het model. Hierbij ontstaat een computerversie van het model dat je wilt bouwen, waarop al heel veel gecontroleerd kan worden. Eens deze tekeningen klaar zijn, kan daaruit het ontwerp voor de matrijzen gemaakt worden en kunnen tenslotte alle matrijzen en eventuele andere werktuigen gebouwd worden. Als alle werktuigen beschikbaar zijn, worden er een aantal proefmodellen gemaakt om na te gaan of alles wel degelijk in orde is. Eventuele aanpassingen in de werktuigen zijn duur en kosten opnieuw een hoop tijd, maar zijn meestal onvermijdbaar omdat het model anders niet correct is of de verschillende stukken bijvoorbeeld niet goed in elkaar passen.

Eens alle onderdelen gemaakt kunnen worden, dient nog de beschildering en bedrukking van de modellen uitgeprobeerd te worden. Hier zijn dikwijls verschillende pogingen nodig om de beste methode te vinden, de toegepaste technieken worden op dit gebied ook steeds uitgebreider.

Parallel moet ook de eventuele motorisering en de elektronica ontworpen en uitgetest worden. Ook dit is dikwijls een proces in meerdere stappen: proberen en aanpassen tot het werkt. Voeg daar nog een pak rijtesten aan toe, en het plaatje wordt vrij compleet.

Afhankelijk van de complexiteit van een model – er is nu eenmaal een groot verschil tussen een goederenwagen en een locomotief – moet je rekenen op een ontwikkeltijd van 1 à 2 jaar voor het volledige proces, en daar is al snel een investering mee gemoeid die schommelt tussen de kostprijs van een auto en die van een huis. Als de zaken sneller moeten, dan worden een aantal factoren bovendien nog een stuk duurder.

 

(PV) 100.000 euro voor een loc en dan 24 maanden stressen om te zien wat het uiteindelijke resultaat zal zijn, en dan ook nog afwachten of er ondertussen niet iemand anders het aangekondigd heeft "onder de prijs".

 

(DG) Ontwikkelingstijd (info verzamelen, tekenen, ....) bedraagt circa 3 maanden.  Wat betreft investering (matrijskosten) moet je rekenen tussen de 25000€ en 50000€ afhankelijk van het project (rijtuigen, wagens). De aankoop van je rijtuigen varieert naargelang de hoeveelheid assemblage. (-5€ tot +20€ voor rijtuigen en -60€ tot +100€ voor een loc.

 

(DP & AJ) De prijs van de tooling voor een wagen ligt tussen de 25 en 35.000 euro, die voor een rijtuig tussen 45 en 55.000. Vaak wordt er een serie locomotieven gemaakt van hetzelfde type, bv. 11/12/21/27, zodat het totale kostenplaatje tot 150.000 euro kan oplopen. Reken daarbij de productiekosten, assemblage, schilderen en tampondrukken, aan prijzen gaande van 5 à 8 euro per wagentje en 10 tot 15 voor een rijtuig. Voor locomotieven mag hierbij ook nog eens de kostprijs voor pcb, motor, diodes, chassis in zamac, panto’s bijgerekend worden… om tot een productiekost van 50 tot 88 euro te komen.

Dat kost je ongeveer 140.000 euro. Daarin zitten tekeningen, ontwikkelen van matrijzen, wijzigingen hieraan en het ganse proces tot een model productierijp is.

Stel dat je hiervan 5.000 exemplaren aan de man brengt, dan kost ieder rijtuig 28 euro aan ontwikkelingskost! Alvorens het rijtuig in de winkel ligt moet je uiteraard bij die 28 euro nog heel wat euro’s bijtellen: de eigenlijke productiekost (15 euro), verzending en verpakking, douanerechten, winst voor winkelier en BTW. We zitten dan al makkelijk aan 50 euro of meer. En dan heb je uiteraard nog geen enkele euro winst gemaakt. Die winst is er pas als we het 5001e rijtuig gaan produceren, want dan zijn onze ontwikkelingskosten afgeschreven. Weet dan ook dat de Belgische markt heel klein is en je begrijpt dat het niet eenvoudig is om deze oplages te realiseren.

Vraag: Hoe lang duurt de ontwikkeling van een model, wat komt er allemaal bij kijken en wat zijn de knelpunten?

 

(PV) Voor een loc, duurt het momenteel 24 maanden, voor een wagen 12 maanden. Wat er komt bij kijken zijn vele technische problemen, concurrentie, overaanbod, financiering enz.

 

(DG) Het productie proces: Aanleveren tekeningen - Ontwikkeling matrijzen - Maken matrijzen - Proefspuiting matrijzen - Sample 1 - Aanpassing matrijzen – Proefspuiting - Sample2 - Het kan zijn dat een derde proefspuiting nodig is, deze kan dan gedecoreerd, bedrukt, gespoten en verpakt beoordeeld worden.

Indien alles naar wens is wordt er terug een nieuwe sample geproduceerd, deze noemen we dan de Golden Sample, alle modellen zullen soortgelijkend zijn.

Normaal is het mogelijk een project te finaliseren op een 6 maanden (rijtuigen)  voor locs is dat langer, (minimaal 1jaar).

De knelpunten zijn vooral eenvoudige assemblage (kan de prijs enorm drukken) en de kortkoppel mechaniek. Bij locs, vooral de aandrijving en de digitale componenten.

 

(DP & AJ) De tekenfase kost toch al snel 3 maanden. Daarna moet de tooling (matrijzen) gemaakt worden, wat 5 maanden duurt. Reken ten slotte op een productietijd van minstens 6 weken.

Vraag: Stel dat een model 20% goedkoper zou moeten worden. Wat zouden dan de consequenties zijn?

 

(KVB) Men kan dit gaan doen door de vaste kosten te gaan verminderen en dan gaan we vooral veel toegevingen moeten doen denk ik en naar 'hobby modellen' moeten gaan die dan niet correct zijn, minder mogelijkheden hebben en lagere kwaliteit. Ik denk niet dat dit een goede zaak zou zijn voor de meeste liefhebbers - ok er zullen er altijd zijn die klagen en op forums schrijven dat het te duur is, maar die mensen heb je in alle branches en zullen blijven bestaan (en zijn het die mensen die dan kopen?). Want hoe kunnen we nog goedkoper modellen brengen: dit is door de oplages groter te maken, maar hiervoor is de (Belgische) markt te klein. We kunnen nooit 1000-2000 stuks (locs) verkopen van hetzelfde model, de aantallen nu liggen zo rond de 250-500 stuks. Als we nu gaan kijken dat een DC model zo rond de 180-190 euro kost voor een kleinserie, denk ik toch niet dat dit duur is voor hetgeen men bekomt.

 

(MV) Goedkopere modellen brengen onvermijdelijk een beperking van de detaillering met zich mee. In de praktijk betekent dit een eenvoudiger interieur of bijvoorbeeld aangegoten trappen of handgrepen i.p.v. gebruik te maken van afzonderlijke onderdelen. Deze modellen bestaan reeds, maar worden dikwijls minachtend bekeken door het publiek. Desalniettemin doet de verkoop van deze modellen het vrij goed.

Voor gemotoriseerde modellen wordt de prijs naast detaillering voor een groot stuk bepaald door de kwaliteit van de aandrijving en de bijhorende elektronica. Een model dat zowel conventioneel als digitaal moet rijden, en dat zowel op het 2-rail als het 3-rail systeem, brengt naast de hiervoor aangepaste decoder nog een aantal extra kosten met zich mee. Een vereenvoudiging zou mogelijk zijn door modellen te maken die enkel digitaal aangestuurd kunnen worden, of die bijvoorbeeld niet meer op het conventionele 3-rail systeem ingezet kunnen worden. Op die manier kan op die onderdelen ook bespaard worden. Of de markt daar al rijp voor is, is natuurlijk een andere zaak.

 

(PV) Stoppen met modellen maken…

 

(DG) Aankoop via fabrikant, zeker in ons segment, ik denk, sorry voor de modeltrein speciaalzaken, dat zij, in deze kleine markt een minder belangrijke rol gaan spelen. Ze doen eigenlijk ook maar doorverkoop. Rijtuigen en dergelijke worden de dag van vandaag bijna op voorhand verkocht, ze nemen een zeer klein risico. En hebben geen grote stock partijen.

 

(DP & AJ) Dan wordt het terug speelgoed. Ofwel moeten we de productie verdubbelen: dit is de reden waarom de Zwitserse UIC X rijtuigen goedkoper zijn: op drie maanden tijd hebben we er 25.000 van verkocht, waardoor we de prijs hebben kunnen drukken.

Vraag: Hoe kan volgens jou de hobby goedkoper worden?

 

(MV) De vraag moet misschien eerder zijn: hoe kun je de hobby goedkoper beleven? Er zijn modeltreinverzamelaars waarvoor enkel de prijs van de modellen een invloed kan hebben op wat ze aan hun hobby besteden, maar er zijn ook de echte modelbouwers die op basis van een bestaand en normaal geprijsd model een juweeltje realiseren, bijvoorbeeld door het interieur van een rijtuig helemaal in de juiste verf te zetten, van binnenverlichting en zittende figuurtjes te voorzien, enz.

Ook de bouw van de modelbaan biedt heel wat mogelijkheden om te besparen. Door gebruik van goedkope materialen en de juiste technieken kan de bouw van een modelspoorbaan aanzienlijk goedkoper worden. Zo kan relatief gezien meer geïnvesteerd worden in bijvoorbeeld digitale elektronica om de baan tot leven te brengen, of in net dat ene model wat je al jaren wilde hebben.

Ook bij de accessoires die dienen voor de aankleding van de baan valt heel wat te besparen. Gebouwen worden nu al aangeboden in gebouwde versie, terwijl een bouwpakket toch nog steeds duidelijk goedkoper is en bovendien garant staat voor uren modelbouwplezier.

 

(PV) Dat is niet mogelijk.

 

(DG) De grotere moesten wat minder winstmarge nemen. Wij, als jonge speler hebben totaal geen idee van de marge die deze mensen nemen maar dat moet enorm zijn. Uiteraard hebben zij ook nog een heel team van ontwikkelaars, sales, en dergelijk te betalen. Maar toch.

En de meeste van deze fabrikanten, zijn ook geen echte modeltreinfabrikanten, zij fabriceren modeltreinen maar de top van het bedrijf ziet het zo niet. Ze runnen een productie bedrijf en willen cijfers zien.

 

(DP & AJ) De enige manier om de hobby goedkoper te maken is zich beperken in bijvoorbeeld tijdperk, maatschappij etc.

Vraag: Hoe denk je de minder gefortuneerde jongeren aan te trekken tot de hobby?

(KVB) We gaan nu met B-models ook fantasiewagentjes gaan maken voor de jongeren aan een prijs van 9,90-12,90 euro. Benieuwd of dit zal aanslaan, maar we zien ook in de winkel dat we startdozen hebben van 89 euro en van 349 euro en als er dan een jonge gast komt voor een startset zullen ze vaak niet die nemen van 89 euro maar wel de doos van 349 euro want die 'kan veel meer qua functies'. De jongeren van nu zitten volop in computers, spelconsoles en GSM's en deze toestellen kosten ook geen 50 euro.

 

(MV) Jongeren warm maken voor een hobby die losstaat van computer en televisie, is niet eenvoudig. Kinderen die de microbe via papa of opa te pakken hebben, verlaten meestal in hun puberteit de hobby om “het leven” te gaan verkennen. Pas op latere leeftijd, als ze eenmaal zelf een gezinnetje hebben, keert een gedeelte naar deze hobby terug. Ik denk niet dat er een eenvoudige manier bestaat om jongeren aan te trekken, de interesses van deze groep liggen nu eenmaal elders. Jonge kinderen zijn wel een duidelijke doelgroep, en daar spelen grote merken graag op in. Verschillende initiatieven om opnieuw te “spelen” met de treinen zijn reeds de revue gepasseerd, ik denk persoonlijk dat het te zoeken valt bij modern, robuust en goedkoop rollend materieel. Voor zij die de ruimte hebben om in hun slaap- of speelkamer een baantje te bouwen, zijn ook goedkope rails en accessoires een must.

Een startset van meerdere honderden euro’s met een historische trein zal het minder goed doen dan een goedkopere set van bijvoorbeeld 199 euro met daarin een moderne trein met een aantal eenvoudige goederenwagens of rijtuigen, een digitale besturing met beperkte mogelijkheden, een pakket rails dat net iets meer biedt dan het eenvoudige ovaaltje, en een goede handleiding hoe je met dat geheel aan de slag moet. Dat zou ervoor kunnen zorgen dat de modeltrein opnieuw zijn plaats onder de kerstboom of als verjaardagscadeau gaat innemen, en zo de kinderen en jongeren er weer wat enthousiaster voor zou maken.

 

(PV) Ik raad jongeren aan eens naar de occasiemarkt te kijken. Wij zijn ook begonnen met minder gedetailleerde modellen, dus dit moet kunnen om goedkoper te starten.

 

(DG) Om de jeugd te motiveren met deze hobby te starten, moeten we als fabrikanten een model produceren dat prijs technisch zeer sterk afwijkt van de hedendaagse eisen. Wie wil als jongere 250€ investeren in enkel maar een loc of 50€ voor een rijtuig?????

Dan heb je een complete trein voor 500€ maar waar ga je ermee rijden, je dient ook nog sporen te hebben.

De drempel moet omlaag. De speelgoedzaken moeten terug interesse krijgen om een stuk van hun magazijn, ook Aziatische producten, af te staan aan deze niche markt. En dat heeft alles te maken met marges, investeringskosten, ... die op zich voortvloeien uit ontwikkelingskosten van de fabrikant en natuurlijk zijn strategie. Alleen is dat in ons marktsegment, historisch materieel onmogelijk, jammer.

Moest morgen een grote speler een startset creëren waarvan de winkel waarde rond de 100€ ligt, rijtuigen, sporen en loc inclusief, het zou verkopen. Zij zijn in die mogelijkheid, wij als kleine fabrikant jammer genoeg niet.

Ook zal de detaillering wat omlaag moeten, dit om de drempel mee te verlagen. De jeugd en vooral hun ouders, houden er niet van dat het speeltje na 3 speelbeurten nog maar half is van het origineel.

 

(DP & AJ) We zouden jongeren willen aanraden tot een club toe te treden. Daar kunnen ze voor weinig geld veel plezier aan de hobby beleven.

 

Vraag: Hoe realistisch (of onrealistisch) is het idee om een model aan te bieden dat redelijk eenvoudig is uitgevoerd en dat door middel van kits verder gedetailleerd kan worden door de hobbyist die dat wenst (een beetje zoals in de plastiekmodelbouw gebeurt)?

 

(KVB) Om modellen te gaan maken waarbij er nog een extra superingssetje kan gekocht worden is volgens mij geen vraag naar bij het grote publiek. Als we bekijken naar de ViTrains 16 loc, waar er in de doos een zakje zat met onderdelen, was dit al voor velen een remming. Vergeet echter niet dat ook deze superingsstukjes moeten gemouleerd worden en als de stukjes er niet opstaan zal het model dan veel goedkoper zijn ?

 

(MV) Het idee is realistisch, maar vraagt wel een vrij grote dosis “modelbouwersbloed” bij de koper. Ik stel vast dat heel wat modelspoorders een trein kopen, die uit de verpakking rechtstreeks op de baan plaatsen en niet de tijd nemen om alle details te monteren die nu al dikwijls meegeleverd worden.

De detailleringssetjes die in een dergelijk scenario ontstaan, zouden slechts voor een beperkt publiek geschikt zijn en dus een kleinere oplage hebben. Dat betekent dat het basismodel wel een stukje goedkoper wordt, maar dat het uiteindelijke volledig afgewerkte model zeker niet in prijs zal dalen.

Bovendien is het nog maar de vraag of de fabrikanten de bijkomende logistieke kosten zullen willen maken om een kleiner aantal van deze setjes te produceren. Het bouwen van matrijzen voor spuitgietonderdelen wordt op die manier bijna onmogelijk, zeker in een kleine markt als de Belgische.

Misschien opent zich hier wel opnieuw een mogelijkheid voor kleinseriefabrikanten die vroeger ook al “superingssetjes” aanboden met geëtste messing onderdelen. Dergelijke setjes zijn echter meestal enkel weggelegd voor de ervaren modelbouwer, en bij een foute aanpak kun je al snel ook je basismodel verknoeien… Verzamelaars zullen er in ieder geval geen boodschap aan hebben.

 

(PV) Dat wil niemand! Degenen die daar nu naar vragen, zijn de eersten om zo een model af te schieten. Kijk naar de 16 van ViTrains. Er moeten enkel de dakgarnituren op geplaatst worden en het model heeft weinig succes.

 

(DG) Dat is zeker realiseerbaar. De productiekost van matrijzen en ontwikkeling, blijven in Europa of het verre oosten immers nagenoeg gelijk. Waarom dan naar ginder gaan?

Dat is zuiver en alleen maar om de assemblage prijs, die hoger en hoger wordt, te drukken. Wat dan wel weer met zich meebrengt dat als de consument zijn loc zelf assembleert, je niet meer naar het Verre Oosten hoeft om te produceren, maar terug naar Europa.

 

(DP & AJ) Een bouwdoos van een wagentje zou zeker de kostprijs drukken. We voorzien in een nabije toekomst sets wagens op de markt te brengen met een ge-préassembleerd chassis. Dit zou de kosten met 40% moeten drukken. Toch mag niet vergeten worden dat het prijsverschil tussen een basismodel en een zeer gedetailleerd model maximaal 25% zal bedragen.

 

Vraag: Vind je beperkte oplages een goede zaak?

 

(MV) Voor modellen waarvoor geen grote markt meer bestaat, zoals dat meer en meer het geval is voor bijvoorbeeld Belgische stoomlocomotieven, zijn beperkte oplages met een hogere prijs zeker een goede zaak. Zo raken de verzamelaars nog aan dat ene model wat al jaren op hun verlanglijstje staat.

Voor het grote publiek zijn beperkte oplages veeleer een vloek dan een zegen. Een model verschijnt, en is een week later al uitverkocht omdat de oplage te beperkt was. Dan is het maanden wachten op een nieuwe oplage, en dit zet enkel maar kwaad bloed.

Bovendien kun je je de vraag stellen of op die manier de prijs niet kunstmatig de hoogte in gedreven wordt. Als de ontwikkelingskosten over meer modellen kunnen gespreid worden, dan zal elk van deze modellen wat goedkoper worden. Als bij de productie van de eerste beperkte oplage de kosten al betaald zijn, waarom kost de tweede oplage dan nog steeds evenveel en kan die niet bijvoorbeeld 30% goedkoper gemaakt worden?

 

(PV) Ja, als de prijs hoog genoeg is.

 

(DG) Beperkte oplages zijn in het leven geroepen om de interesse van klanten aan te wakkeren, ze krijgen het idee als ik nu niet bestel loop ik het gevaar hem te mislopen, wat dikwijls wel waar is. Doch als een producent merkt dat er nog voldoende afzet gebied is, zal hij met zekerheid dit gat opvullen.

 

(DP & AJ) Beperkte oplages maken een betere omloop van de investeringen mogelijk, met een minima stock. Dank zij onze soeplesse zal het ons steeds mogelijk zijn om nieuwe oplage te produceren wanneer de markt hier om vraagt, waarbij we dan de immatriculatienummers wijzigen, zoals we bvb bij de I11 hebben gedaan.

 

Vraag: We zijn zo stilaan op een punt gekomen dat zowat alle Belgische modellen (met uitzondering van stomers) geproduceerd, of tenminste aangekondigd) zijn in H0. Hoe moet het daarna verder?

 

(MV) Er zijn heel veel modellen die al aangekondigd zijn, maar de werkelijke realisatie laat soms heel lang op zich wachten. Dit is één van de hoofdredenen dat er momenteel zoveel doublures verschijnen: doordat bepaalde fabrikanten een lange lijst van reeds aangekondigde modellen hebben die nog niet in de eerste jaren zullen verschijnen, blokkeren ze anderen die hetzelfde initiatief willen nemen.

Als er dan plots een concurrerende fabrikant hetzelfde model aankondigt, wordt alles op alles gezet om precies dat model ook zo snel mogelijk te realiseren, want anders zijn ze het “kwijt”. Resultaat: op enkele maanden van elkaar verschijnen twee vergelijkbare modellen, het ene iets anders dan het andere en soms moeilijk combineerbaar.

Bovendien is er nog een ander fenomeen dat steeds vaker optreedt: een model wordt uitgebracht voor een korte periode en in een beperkte oplage maar als een jaar later een bijpassend model verschijnt, is het eerste al lang niet meer verkrijgbaar. Wie dus niet meteen dat eerste model gekocht heeft, kan later nooit meer een complete treinsamenstelling bouwen. Zo wordt de modelspoorder alleen maar meer en meer afhankelijk van de wil van de fabrikant.

 

(PV) Privé firma's die met hun locs in België komen vormen een nieuwe mogelijkheid en verder zijn er nog heel wat stoomlocs die nooit in model gebouwd werden.

 

(DG) Op het gebied van rijdend materieel, zeker, echter in het historische materieel is er nog VEEL niet gerealiseerd. Maar inderdaad, de grote, hedendaagse projecten zijn zo stilaan uitgemolken.

Vraag: Welke modellen liggen er volgende kerst onder de boom?

 

(MV) Als het van mij afhangt: graag iets uit onze eigen productie of van de fabrikanten die wij vertegenwoordigen. Maar gelukkig kan de modelspoorliefhebber zelf nog beslissen wat hij koopt, en zal hij zich laten leiden door wat op dat ogenblik in de winkel te vinden is. Ik wens hem bij deze alvast een mooi kerstcadeau toe!

Hierbij wel nog even volgende kanttekening: doordat modeltreinen niet goedkoop zijn en steeds specifieker afgestemd op de behoeften van bepaalde types klanten, denk ik dat het voor familie en vrienden toch maar beter aan te raden is om de modelspoorder van jouw keuze een omslagje toe te schuiven, dan kan hij zelf kiezen wat hij wil!

 

(PV) Koop wat lingerie voor uw vrouw, ze zal u dankbaar zijn, en ge hebt er ook plezier aan.

 

(DG) Bij ons niet zodanig veel. Enkel varianten van bestaande projecten en wie weet wel een eerste loc.

 

(DP & AJ) Er komen nog enkele versies van de reeks 15, de reeks 60 proto (Van Biervliet), de nieuwe reeks 18 en een aantal rijtuigen zoals de I2 en M6.

 

Vraag: Verdere opmerkingen of aanvullingen?

 

(MV) Ik vind het een lovenswaardig initiatief om als vakblad eens te willen stilstaan bij recente ontwikkelingen en een toekomstperspectief te scheppen. Eigenlijk zou de modelspoorliefhebber zelf een aantal van deze vragen ook eens moeten beantwoorden, dan zien we of de visie van fabrikanten en distributeurs ook echt wel overeenstemt met die van het grote publiek.

 

(DG) GooVerModels, bestaat uit 2 modeltrein liefhebbers die met hun privégelden een risico nemen om zo een niche in de modeltrein markt op te vullen. En ja, dat zijn onze wens modellen. Iets wat de grote, veel te weinig doen.