MSM/TMM modelbaan

De MSM/TMM modelbaan

Het idee ontsproot eind 2007 op de fora van onze bladen. Hat was onder impuls van MSM-medewerker en forum-admin Tony Cabus dat met enkele mensen een project uitgewerkt werd om op een eenvoudige en ludieke manier samen aan een baan te gaan bouwen. Gezien de afstanden moesten de modules sterk gestandaardiseerd worden, zodat eenieder in zijn eigen hobbyruimte kon werken. Bovendien was het een project bedoeld voor iedereen, jong of oud, veel of weinig ervaring. Als gevolg hiervan moest het concept dus eenvoudig zijn en veel vrijheid toelaten. Dat het werkt zagen we een jaar later op de Expo in Mechelen toen de eerste modules samen voor de eerste keer aan het publiek getoond werden. De deelnemers waren hiervoor nog nooit samen geweest. De meesten kenden elkaar zelfs niet! Toch werkte alles perfect, na het nemen van een paar kleine hindernissen ter plaatse.

Nu is het ogenblik gekomen om de blik te verruimen en werd besloten om voortaan op te treden onder de vlag van "Modelspoormagazine/Trainminiaturemagazine-modelbaan" of kortweg "MSM/TMM-modelbaan". Hiermee willen we duidelijk maken dat dit initiatief ook open staat voor niet-leden van het forum. Het wordt dus een project voor alle lezers en redactieleden van ons blad, een baan die ons blad kan vertegenwoordigen op eender welke expo.

Op deze pagina wordt de ganse bedoeling, alsook de normen en technische aspecten besproken, zodat geïnteresseerden meteen aan de slag kunnen.

De basis

Onze eerste gedachte was dat er veel mensen zijn die thuis eigenlijk geen plaats hebben om een baan te bouwen, en daarom dachten we dat, in opvolging van wat de collega's van "SAROULMAPOUL" teweeg hebben gebracht, en het verschijnen van MSM 64 met het artikel van Jean Michel Vanderborght, we maar eens tot de daad moesten overgaan. De zegen van de redactie hadden we alvast!


Het project "FDEM" werd gelanceerd op een Frans forum, maar wie heeft er het meest toe bijgedragen??? Juist! De (Franstalige) Belgische groep vrienden die zich intussen op het zusterforum hebben ingeschreven en daar bijdragen tot een ontspannen en zeer constructieve sfeer. Het zijn stuk voor stuk mensen met een groot warm hart, die niet alleen hun modules mooi maken, maar er ook een stukje van hun ziel instoppen. En dat voel je! Het zijn mensen met liefde voor detaillering en sfeer en ik ben niet beschaamd toe te geven dat hun werk me zeer diep heeft getroffen. Het niet té groot zijn van de modules zit daar voor iets tussen. Overal oogsten ze een verdiend succes, en dat ligt niet alleen maar aan de schoonheid van het gepresenteerde, maar vooral ook aan hun eigen instelling: leut hebben, de toeschouwers daarbij betrekken, en hun goede inborst tonen. Op de expo in Charlerloi konden we trouwens ook een andere groep uit Frankrijk zien met een gelijkaardig concept, Littorail 76 uit Dieppe. De modelbouwclub uit Aalst, OVMV, is ook samen een modulaire baan gaan bouwen, gebruik makend van ons concept en regels. Dat heeft er toe geleid dat ze in Mechelen 2010 integraal deel uitmaakten van de "forum-baan".

De "interface-standaard" komt in grote lijnen overeen met "FDEM", maar zijn meer geschikt voor het iets grotere HO-materieel in normaalspoor. In MSM 64 wordt het FDEM-moduleconcept beschreven in detail, een ideale leidraad dus alvorens onze normen te gaan bestuderen.

Meestal zijn modulenormen streng, voor velen vaak té streng, en dat is hier allemaal overboord gezet. Alleen de interface moet kloppen, al de rest is vrij!!!

En we willen niemand uitsluiten! Inderdaad, bedoeling is een samenwerkingsverband te creëren tussen tweerailers, maar ook tussen drierailers, en zelfs onderling. Op dit ogenblik is het namelijk zo dat het aandeel drierailmodules zeer klein is, zodat het niet mogelijk is een aparte 3-railbaan te vormen. Hun modules worden dus in het 2-rail systeem gebruikt, wat mogelijk is door het gebruik van K-rails.

Normen en regels

Veel verstrekkende normen zijn er niet, de bedoeling is immers eenieder (zowel de prille beginner als de gevorderde) naar eigen goeddunken, vermogen en middelen toe te laten deel te nemen aan dit project. Maar een minimum aan afspraken moet er wel zijn.

1) HET GERAAMTE UIT HOUT

De zijwanden worden uitgevoerd als in bijgaande tekening. De maatvoering hiervan is strikt en de module moet perfect haaks worden samengebouwd, zo niet wordt aansluiting met een buurmodule onmogelijk.

Er zijn bevestigingsgaten voorzien op 100 mm van de voor- en achterrand, en 50mm van de onderrand van de zijwand (dus NIET van de buitenmaat!). Het is ons later gebleken dat vleugelmoeren aandraaien tussen de bevestigingsplaatjes van de poten moeilijk of zelfs onmogelijk is... Vandaar de keuze tussen schroefklemmen of bevestigingsbouten. Schroefklemmen blijken in de praktijk het makkelijkst te gebruiken. Ze laten ook een zekere tollerantie toe.

Boven- en onderfriezen moeten ook volgens bijgaande schetsen worden uitgevoerd. Een negatief reliëf mag natuurlijk tot in de voorzijde doorgetrokken worden, dat maakt het landschap alleen maar aantrekkelijker.

De achterwand mag eventueel ook bestaan uit een strook boven en beneden, waartussen de achtergrond kan opgehangen worden. Het is zelfs toegelaten om dieper te gaan en de volle 610 mm te gebruiken voor het landschap, op voorwaarde natuurlijk dat het omloopspoor blijft bestaan (hou 80 mm hoogte vrij).

.

De lengte van de module is echter volledig vrij. Indien mogelijk is het makkelijker om een veelvoud van 61 cm aan te houden voor de lengte (61cm is een standaardmaat in hout), doch een verplichting is het niet.

Aan de rechter voorzijde van elke module wordt een ruimte voorzien voor aansluiting van rijstroom en sporen, van 20 cm breedte, afgesloten met een plankje dat met magneetsnappers op zijn plaats wordt gehouden.

Het staat de deelnemers tevens vrij eventueel meerdere segmenten samen te bouwen tot één module. Daarbij moet dan slechts één aansluitkastje, uiterst rechts, worden voorzien.

De fronten worden matzwart geverfd.

Hier het vooraanzicht. Het donkere vlak rechts is het "kastje" dat zowel de optische scheiding tussen modules bewerkstelligt als de aansluiting (rail en stroom) tussen de modules. Dit kastje is dus voorzien van een uitneembare voorplaat die met de reeds aangehaalde magneetsnappertjes op haar plaats wordt gehouden. Het is gemakkelijker dan een "deurtje" omdat er dan niets in de weg zit.

 

Elke module moet op minimaal vier poten van 44x44mm rusten. In de hoeken van de module moeten plaatjes multiplex van 18mm dik van ongeveer 90x90mm aangebracht worden, waaruit op een hoek een vierkant van 45x45mm is uitgezaagd. Zie hiervoor het artikel ‘Saroulmapoul deel 3’ in ons blad (MSM 64) en bijgaande foto's. De poten moeten voorzien zijn van een verstelmogelijkheid in de hoogte om oneffenheden in de vloer op te kunnen vangen.

Bevestiging van de poten gaat als volgt:

Hoogteregeling van de poten kan bijvoorbeeld zo:



 

Het rijvlak bevindt zich op 1300mm boven de vloer. Aan de achterzijde is een sokkel voorzien van 100mm breedte voor een omloopspoor. Bovenkant spoor moet op 6mm boven het rijvlak liggen (zie maattekeningen onderaan deze bladzijde).

De modules kunnen best aan elkaar geklemd worden met klemschroeven (sergeanten) daar de railverbinding niet star mag uitgevoerd worden. Ook is er mogelijkheid voorzien de modules met bouten en moeren (vleugelmoeren) aan elkaar te bevestigen.

De aansluitvlakken, de hoogte en de friezen moeten worden gerespecteerd, voor de rest is men vrij in de keuze van onderwerp, decor, tijdperk, seizoen enzovoort. Er zullen wel onderlinge afspraken worden gemaakt zodat niet iedereen met een station of een hoekmodule aan komt draven. Dit wordt gecoördineerd op het forum (www.modelspoormagazine.be/newforum), waarbij we zoveel mogelijk ieders project willen respecteren.

Doorrijgat in de zijwanden:

2) VERLICHTING EN STROOMVOORZIENING

2.1) Laagspanning

Tweerailers voorzien over de hele lengte van hun module(s) een voedingsleiding bestaande uit een rode en een blauwe draad met een sectie van 1,5mm². Deze draden moeten aan beide zijden voldoende lang zijn om de aansluiting met de buurmodule te verzekeren, 50cm aan weerszijden. Deze draden worden aan hun uiteinden voorzien van banaanstekkers van 4mm, bij voorkeur van het fabrikaat ‘Hirschmann’. Aan de rechterzijde (van voor gezien) komen mannetjes, links wijfjes.

We raden aan om de stroomvoorziening op minstens 2 plaatsen aan de rails te bevestigen. Bij een eventuele breuk of slechte las valt de module aldus niet zonder voeding. Beter voorkomen dan genezen…

De rode draad komt aan de railstaaf(ven) die het verst van de voorzijde is(zijn) verwijderd, de blauwe aan de andere.

Het omloopspoor moet eveneens uit deze leidingen worden gevoed, vanzelfsprekend met omgekeerde polariteit.

 

Voeding is DCC, maar enkel de locomotieven worden hiermee gevoed. Seinen, wissels, overwegen en dergelijke worden ofwel handbediend, of door een in de module gemonteerde transformator gevoed. Eventuele bediening hiervan komt op de onderste fries aan de voorzijde, of op een bedieningspaneeltje (eventueel met afneembare aansluitkabel) dat in de hand wordt gehouden.

Voor Xpressnet (DCC, verbindingsstandaard Lenz en Roco o.a.) wordt door de organisatie een losse kabel voorzien die voldoende voedingscapaciteit heeft voor meerdere Lokmaus II of III of Multimaus, fabrikaat Roco. De railvoeding wordt verzorgd door één of meerdere Roco versterkers (10764) met transformator, ook de Xpressnet-voeding wordt door de organisatie voorzien, evenals de benodigde kabels en splitters.

Drierailers mogen voor het gemak een rode en een bruine draad nemen, waarbij de rode aan de puntcontacten komt en de bruine aan de massa. Het omloopspoor aan de achterzijde moet eveneen door deze draden gevoed worden.

 

Het drierailgedeelte wordt gevoed in Motorola II-protocol, best met een Intellibox waarop eveneens een Loconet-kabel wordt aangesloten waaraan compatibele bedieningselementen worden verbonden. Ook hier geldt: alleen treinvoeding.

Om drierail-modules in de tweerail-baan te kunnen gebruiken moeten vanzelfsprekend beide railstaven apart kunnen gevoed worden (zie voorstel aansluitschema hieronder).

 

We willen namelijk dat iedereen, ook de minst ervaren bouwer, probleemloos kan meedoen.

2.2) Netspanning

Elke module wordt voorzien van een kabel van minstens 2 meter met stekker met pinaarding (Belgisch systeem). Deze kabel is verbonden aan een multistekkerdoos (met dezelfde aarding) onderin de module waarop eventuele transformatoren en de Tl-buis(zen) worden aangesloten.

Tl-armaturen uit metaal moeten deugdelijk worden aangesloten en van aarding voorzien. Alleen voorbedrade dubbel geïsoleerde armaturen moeten niet van een aarding worden voorzien.
Bij voor het publiek toegankelijke tentoonstellingen worden alle elektrische installaties op veiligheid nagezien, het zou zonde zijn moest een module worden geweigerd omdat aan deze eisen niet is voldaan.



2.3) Verlichting

In de bovenfries worden, naargelang de lengte van de module, één of meerdere buislampen (fluorescentiebuizen) gemonteerd. Deze buizen moeten warm wit licht uitstralen (nrs; 827 of 830), daglicht is te ‘koud’.

Uiteraard is het toegestaan om gebruik te maken van LED-technologie voor de verlichting. Let er hierbij wel op om eveneens voor "warmwitte" Leds te gaan.

3) SPOREN

Voor de Tweerail-modules kiezen we Peco code 100, voor drierailers Märklin K-spoor.

We kiezen voor Peco omdat dit spoor toelaat met de meest verscheidene merken aan materieel te rijden, en omdat dit programma standaard uit flexibele sporen bestaat. De werking hiervan is zeer betrouwbaar en de levensduur is groot.

Märklin K-spoor verdient ook weer de voorkeur omdat in dit gamma eveneens flexibele rails verkrijgbaar zijn.

Er wordt enkel met diesel- en stoommaterieel gereden, geen bovenleiding dus.


De bovenzijde van de spoorstaaf zal op 6mm boven het rijvlak liggen. Dit wordt bewerkstelligd door onder de sporen een ‘zooltje’ te leggen uit kurk of kunststof (Depron bvb).
Aan de rechter voorzijde van elke module moet een niet vastgemaakt stuk flexibele rail voorhanden zijn om het spoor moeiteloos met de buurmodule te kunnen verbinden. Deze verbinding wordt bewerkstelligd met railverbinders die bij het betreffende railmateriaal passen (Peco of Märklin).

Aan beide zijden ligt het spoor over een lengte van minstens 20 cm recht (evenwijdig met de voorzijde, haaks op de zijwand), dit om moeiteloos aansluiten met de buurmodules te verzekeren.



4) RIJDEN

Zoals boven aangehaald wordt er digitaal gereden. Dit om gecompliceerde schakelingen, stopsecties met extra bedrading e.d. te vermijden. Het verkeer wordt per systeem (2- of 3-rail) geregeld door dispatchers die met elkaar communiceren. Eén bevindt zich achter de baan bij de Fiddle Yard, de ander volgt de treinen vooraan. Adressen van locomotieven worden ingesteld bij de opbouw en iedere betrokkene krijgt daarvan een lijstje.

Van elke deelnemer wordt verwacht dat hij de dag voor de expo (mag ook 's avonds) zijn module komt installeren en dat hij bovendien tijdens de openingsuren een paar uren aanwezig is op de stand zodat er permanent 2 à 3 personen bij de baan zijn, maar dat iedereen ook de kans heeft de tentoonstelling te bezoeken.

Voor verdere uitleg staan de administrators van het forum steeds te Uwer beschikking of U mag de organisatie contacteren via mail: info@modelspoormagazine.com of schriftelijk (Modelspoormagazine - Keetberglaan 1B - B-9120 Melsele).

We zijn ervan bewust dat deze normen niet zo streng zijn als gangbare modulenormen. Toch zijn ze noodzakelijk om een zo probleemloos mogelijke opbouw en werking te kunnen garanderen.

Ze werden reeds door anderen op punt gesteld en met succes gebruikt en hebben ook bij ons project ondertussen hun deugdelijkheid bewezen.

Besluit

De eerste vereiste is modelspoorliefhebbers van elk niveau zoveel mogelijk plezier te laten beleven aan het uitoefenen van hun hobby, een andere dan weer, zoveel mogelijk amateurs toe te laten met hun werk naar buiten te treden. De bedoeling is ook vriendschapsbanden te smeden, ervaringen onder elkaar uit te wisselen, en, waarom niet, ook eens bij pot en pint bij te praten.

Bekijk hieronder enkele technische tekeningen in pdf-formaat (met dank aan Paul De Bleser).

Tekening zijwand

Tekening poten

Tekening samenstelling segmenten

Tekening spoorprofielen